TRIS is een acroniem voor Technische Recherche Informatie Systeem. De technische recherche is het onderdeel van de politie dat bij een misdrijf het technisch onderzoek verricht. Zij analyseert de sporen. Tegenwoordig wordt de technische recherche bij de politie aangeduid als Forensische Opsporing of Forensisch Technische Opsporing, maar TRIS is binnen de Nederlands politie uitgegroeid tot een begrip en daarom is besloten om de naam TRIS te handhaven.
In TRIS worden gegevens opgeslagen van misdrijven en de sporen die bij de misdrijven op de plaats delict (PD) worden aangetroffen. In vakjargon worden misdrijven aangeduid als incidenten. Een deel van de gegevens, waarmee TRIS gevoed wordt, komt beschikbaar vanuit een basisregistratiesysteem, bijvoorbeeld de aard van het delict en de plaats, tijd en datum waar het heeft plaatsgevonden. Andere gegevens, met name de kenmerken van de aangetroffen sporen, worden vastgelegd in TRIS.
TRIS wordt wel aangeduid als hét hulpmiddel voor de Forensische Opsporing, omdat het veel ondersteuning biedt bij de coördinatie van het sporenonderzoek.
Belangrijke aspecten van TRIS zijn:
• Digitale Archivering
• Analyse en vergelijken van sporen.
• Vergelijking op basis van beschreven kenmerken
• Vergelijking op basis van grafische kenmerken (beeldherkenning)
• Koppelen van incidenten (automatisch en handmatig)
• Koppeling met andere pakketten zoals weergegeven in de figuur




